Als ik de afgelopen paar informatieve blogs niet meereken is het alweer een tijdje geleden dat ik je een goeie blik op mijn leven hier heb gegeven. Daar gaat nu even verandering in komen dacht ik zo…
From boys to Bangalore
Toen Simone en ik een maand geleden vertrokken uit Tamil Nadu wisten we wel dat alles anders zou zijn, maar zo anders hadden we beiden niet durven dromen. Toen we na een flinke busrit aan kwamen in de hoofdstad van de aangrenzende staat Karnataka keken we onze ogen uit. Shops vol met A-merken, MacDonalds, KFC’s, bijna alle vrouwen in westerse kleding en alle mannen hadden een broek aan in plaats van een rok! Het was even wennen dat we niet meer overal waar we gingen het middelpunt van alle belangstelling (en camera’s!) waren, maar dat was ook snel weer normaal.
Bangalore is een stad die verzuipt onder zijn eigen IT succes. Het wordt ook wel de Silicon Valley van India genoemd. Je merkt het meteen als je er binnenrijdt. Of beter gezegd: binnen kruipt. De wegen zijn kapot, de rondweg is zo vol dat het uren duurt voordat je het echte centrum bereikt hebt, er is een overvloed aan tuktuks en overal –overal- waar je kijkt zijn teveel gebouwen en teveel mensen. Prachtige gebouwen naast vergane hutjes, enorme hordes mannen in pak die lunch halen bij het theetentje van hout en riet. De stad zit vol tegenstrijdigheden. Op onze terugweg zijn we er ook een nacht geweest en nog steeds heb ik een vreselijke hoest waarvan ik zeker weet dat ik hem daar in al die uren in de tuktuk heb opgelopen. De smog blijft hangen boven deze laagliggende stad en er is geen ontsnappen aan; het kost uren voordat je weer de omliggende bergen in kan rijden. Ik heb letterlijk naar lucht staan happen op verschillende momenten daar.
Bangalore staat voor mij gelijk aan een slof Camel. Je kunt er een leuke avond mee hebben als je niets anders voor handen hebt, maar ’s ochtends zul je het jezelf kwalijk nemen als je met een droge mond en zere keel naar de wc rent omdat je niet weet of je nu moet overgeven of hoesten.
Goaanse Geluk
Toen we op Goa aankwamen kwam het echte acclimatiseren. Goa, het paradijs op aarde. Het land van de vrijheid, blijheid en ongeremdheid. Allereerst al het bloot op de straten.. Na drie maanden alleen onderarmen en voeten keek ik mijn ogen uit naar al deze westerse, blote, rokende vrouwmenschen die zich te goed deden aan geneugden die wij al maanden hadden moeten ontberen. Hamburgers, frietjes, fruitsalades, verse sapjes, alcohol, mexicaans/israelisch/europees eten. Wat een walhalla!
Je kunt je voorstellen hoe ik me voelde. Opeens hoefde niets meer maar mocht alles.
En toen kwam het Grote Genieten.
En het Grote Nadenken.
In Salem is alles zinvol. Elke knuffel, elke kraag die ik rechttrek, elke ruzie die ik fix, elke huilbui die ik laat verdwijnen, elke cent die ik uitgeef.
En niet alleen al mijn –en jullie!- geld besteed ik hieraan, ook mijn tijd.
Ik creeer met mijn keuze om weg te gaan bewust afstand tussen mij en geliefden, tussen mij en mijn fris afgestudeerde loopbaankansen, tussen mij en mijn nieuwe Amsterdamse vrienden. Met het risico dat relaties en vriendschappen veranderen of overgaan, dat banen verlopen en kansen gepasseerd zijn.
Het heeft me beziggehouden in Goa. Een boel.
Totdat ik me bedacht dat dit gedeelte dus bij mijn leven hoort. En dat de volgorde van dingen, kansen, liefdes en vriendschappen misschien veranderd is door mijn keuze, maar dat alles gebaseerd is op iets wat helemaal 100% mijn eigen mooie keuze was. En dat alles dus wel weer zijn weg vindt. En dat wat ik verdien of de mensen die de moeite waard zijn alsnog op mijn pad zijn, blijven of komen.
Omdat ik Nina ben en er nog een heel leuk, lief, gezellig, ontroerend, enthousiast, blij, spannend, Amsterdams, gelukkig leven voor me klaarligt.
En toen kwamen de weekends in Baga. Het Grote Genieten zat er al snel in. Korte nachten, voor het eerst in maanden weer achter elkaar gedanst. Gedanst! Wat heb ik dat gemist. Als je me kent weet je dat dansen een passie is, een uitlaatklep, een manier om lekker alles te vergeten en tegelijk de hele wereld aan te kunnen. Heerlijk!
En het cruisen.
In Salem al heb ik besloten dat het tijd is om wat meer van de wereld te zien. Het is zo makkelijk om in je eentje te reizen. Laatst heb ik een lijst gemaakt met alle backpackers die we overal zijn tegengekomen. Ruim 60 stuks in een maand tijd. De foto’s worden uitgewisseld, de verhalen worden nog steeds omhoog gehaald. We hebben Engelsen, Schotten, Fransen, Nederlanders, Scandinaviers, Amerikanen, Canadezen, Perzen, Pakistanen, Israeliers, Portugezen, Italianen, Indonesiers en nog veel meer mensen leren kennen. Iedereen begint in zijn eentje, sluit bij iemand anders aan, samen vinden ze nog meer mensen en uiteindelijk split de een na de ander weer om verder te gaan met een Groot Reisavontuur.
Reizen is makkelijk. En in Azie ook nog eens spotgoedkoop.
India was voor mij een land van de makkelijke weg. Ik zou naar Kenia gaan, maar de burgeroorlog brak uit. Toen kwam zo’n mooi project op mijn weg, alleen was het niet Afrika, maar in India. Ik heb er voor gekozen en het is fantastisch gebleken, maar het land zelf hoefde ik niet helemaal van boven naar onder te onderzoeken. Daarom had ik EN al snel besloten dat Goa mijn vakantie zou worden die ik lange tijd niet meer zou hebben in Nederland (in plaats van honderd plaatsen zien en rondreizen) EN dat mijn volgende reis ook al weer gepland zou worden. Zonder datum, dat wel, maar Azie gaat nog ontdekt worden. Laos, Cambodja, Vietnam, Indonesie en misschien als het meezit met het geld nog wel een tijdje Australie of Nieuw Zeeland.
Daarom het cruisen. Vanuit Palolem (zuid Goa) en Baga (noord Goa) zijn we verschillende kanten opgetrokken met scooters of door liften. Twee memorabele ervaringen:
Allereerst onze echte eerste lift ervaring in West Karnataka. Verschillende mensen hadden het ons afgeraden omdat liften nogal eens gevaarlijk kan zijn. Maar op dat moment waren we met twee stevige Hollandse boys, Borg en Frank uit Nijmegen, onderweg en konden we dus de sprong wagen. Eerst hebben we achterop een wagen gezeten, zoals hele volkstammen met mannen zich verplaatsen. Super grappig om gewoon in de wind out in the open te zitten en toch je met redelijke snelheid te verplaatsen. (Ja, ik ken het begrip cabrio, maar dit is toch een graadje anders.)
Daarna zijn we op een druk kruispunt, meisjes voor jongens achter, gaan staan en na zeventien ‘nee’s’ konden we eindelijk in een grote truck meerijden tot een dorpje enkele tientallen kilometers verderop. Helaas niet achterop, maar ook voorin was het nog redelijk bijzonder. De trucks in India zijn enorm. Deze reed van helemaal onderaan India naar Bombay, er zaten vier chauffeurs in en er was nog genoeg ruimte om een feestje te bouwen. We konden er dus met vier mensen en vier grote tassen nog steeds bij. Daarna was het al zo laat dat we een normale trein hebben genomen naar Goa. Ook een hele ervaring als je je bedenkt dat second class betekent dat de trein niet eens stopt op de kleine stations, met een backpack is dat nog een heel avontuur. Je vraagt wat om je heen, ‘o we zijn er bijna’, klimt dan over de hoofden van twaalfhonderd Indiers die heel ontspannen in, op en onder het gangpad hangen om naar buiten te hangen en te roepen of dit het goede station is aangezien alles in het Hindi is geschreven. O ja, en dan moet je er nog uit zien te komen…
Daarna zijn Simone en ik nog een hele dag wezen scooteren door heel Zuid Goa. Toen we aankwamen in Margao, vier uur later dan de planning, bleek deze hele stad eenrichtingsverkeer te zijn. De HELE stad. En een scooter is geen fiets dus; goed opletten in deze chaos wat natuurlijk helemaal niet gaat want het IS een chaos. Na twee uur te hebben rondgecrosst zijn we verder gereden en toen we door een paar hele afgelegen bosdorpjes waren gereden (waar ze bij navraag ook nooit blanken zagen) werden we vrij ongerust toen de duisternis snel op kwam zetten. We zijn alle kanten opgestuurd en durfden niet meer te eten omdat de donder al uren aan het rommelen was. Uiteindelijk stonden we volledig uitgeput om zeven uur in het pikdonker op een pont (een pont!!) die niet helemaal recht aan de kant kon komen en we dus een stukje door het duistere water moesten rijden om erop te komen. Het duurde even, maar toen we om ons heen keken zagen we alleen maar echte Oer Indiers, zo noem ik ze maar. Echte dorpelingen, mensen met een zwaar leven, werklui en moeders, hangjongeren en dronkenlappen. Alles was vertegenwoordigd op die pont. We zijn daarna nog drie uur lang onderweg geweest met bliksems die nog steeds op mijn netvlies gebrand zijn. De hele hemel heeft de hele reis in de fik gestaan. Paars-blauw-geel-oranje bliksems met wel tien uiteinden overal om ons heen in de bergen. De donder maakte het wel een beetje eng dus we hebben meer goed gas gegeven dan stilgestaan bij de scenery, maar het was het allemaal waard.
Onvoltooid Verleden Tijd
En nu weer veilig terug in mijn eigen Salem, bij mijn kindjes. Het afscheid zit eraan te komen, nog twintig nachten en dan is het Big-Farewell-to-the-Aunties-Party met alle boys en iedereen die een rol gespeeld heeft in ons verblijf hier. Het is gek, ik ben constant met mijn hoofd bij Schiphol, de Spuyt (de stamkroeg), de drankjes met vriendinnetjes, het terugzien van mijn lieve gezin en alle andere lieve mensen. En tegelijk alleen maar met het HIV project – hoe laat ik dat achter, wat kan ik nog doen, ga ik ooit nog terugkomen, hoe regel ik nieuwe aunties – en met alle fijne mooie lieve mannetjes waarvan ik weet dat ze in een gat vallen als we weg gaan. Er is geen nieuwe brother gezonden en de father heeft het druk met andere dingen, de staff is zo klein en niet bezig met de boys maar met andere outreaching en awareness projecten. Wie moet ze nu aan het lachen maken, troosten, voor paal zetten, knuffelen, aankleden, aaien, lief hebben? Er komen geen andere aunties voorlopig. Dit is een project van de tienduizenden die er op deze wereld zijn. Allemaal even goed van intentie, maar dit zijn MIJN mannetjes. Voor het afscheid hebben we de tekst van een oud nummer van Phil Collins gepakt:
You’ll be in my heart – Phil Collins
Â
Come stop your crying, it will be all right
Just take my hand, hold it tight
I will protect you from all around you
I will be here don’t you cryÂ
For one so small, you seem so strong
My arms will hold you, keep you safe and warm
This bond between us can’t be broken
I will be here don’t you cryÂ
Because you’ll be in my heart
Yes, you’ll be in my heart
From this day on
Now and forever more
You’ll be in my heart
Always
I know we’re different but deep inside us
We’re not that different at all
When destiny calls you, you must be strong
I may not be with you, but you got to hold onÂ
You’ll be in my heart
Believe me, you’ll be in my heart
I’ll be there from this day on
Now and forever more
Always…
I’ll be with you
I’ll be there for you always
Always and always
Just look over your shoulder
I’ll be there always                                                                                             Â
En de speech is ook al in de maak. De fotoboekjes daar zijn we hard mee bezig. Elk jongetje krijgt persoonlijke foto’s en een kaartje met een persoonlijke noot van een van ons. Ik weet nu al dat ik het moeilijk ga krijgen. Het afscheid is op zondagavond en maandagochtend zitten we alweer in de trein naar Chennai om daar om 12 uur ’s nachts op het vliegtuig te stappen. Dan kom ik ergens tussen tien en twaalf aan op Schiphol en ben ik misschien heel even de boys vergeten omdat dan EIN-DE-LIJK het grote weerzien er is.
Kortom, ik zit vol met tegenstrijdige gevoelens. Maar laten we er nu over op houden, over twintig nachtjes zit ik met je in de kroeg of op het terras en hebben we het er uitgebreid over als je het wil horen.
Â
Tot bijna!
Â
Â
Â
Â
Geplaatst onder: Zonder rubriek op 10 juni 2008 | 5 Reacties »